Sturingsrelaties; ver van huis

Directe aanleiding voor de parlementaire enquête naar het stelsel van woningcorporaties was de financiële situatie van Vestia.


Naast deze directe aanleiding hadden zich bij andere corporaties al eerder incidenten voorgedaan, zoals een Maserati als dienstwagen en de adoptie van een aap.

De commissie Van Vliet, welke verantwoordelijk is voor de parlementaire enquête, constateert in haar rapport dat veelal sprake is van wanbestuur, financieel mismanagement, falend toezicht, falende politiek, gebrek aan duidelijke grenzen, weinig risicobesef, zelfverrijking en het ontbreken van een moreel kompas.

Tijdens het lezen van het hoofdrapport van de parlementaire enquêtecommissies woningcorporaties heb ik kennis genomen van de inhoud van het rapport maar werd mijn interesse vooral gewekt door de rol van de politiek.

In veel casussen vloeien problemen voort uit mismanagement van ambitieuze projectontwikkeling. Opvallend is dat deze projecten bij aanvang op veel maatschappelijk en politiek draagvlak kunnen rekenen. Zowel op lokaal, regionaal en nationaal niveau spoort de politiek corporaties aan serieus werk te maken van hun (politiek) maatschappelijke opdracht op het terrein van leefbaarheid. Echter, het bijdragen aan bredere leefbaarheidsdoelstellingen valt vaak buiten de kerntaak van corporaties, het bouwen en beheren van sociale huurwoningen. Het vraagstuk van bijsturing en herordening van de sector is hierdoor jarenlang ondergeschikt gemaakt aan andere beleidsprioriteiten. Het gaat dan vooral om de pogingen tot verdere huurliberalisatie onder Minister Dekker en financiering en uitvoering van het krachtwijkenbeleid onder Minister Vogelaar. Het verkrijgen van medewerking van de woningsector wordt door de politiek belangrijker geacht dan het herijken van de sturingsrelaties.

“Het verkrijgen van medewerking van de woningsector wordt belangrijker geacht dan het herijken van de sturingsrelaties.”

Deze constateringen staan in mijn opinie haaks op één van de wijzigingen zoals deze door de Tweede Kamer aangenomen is per 11 december 2014 en is aangeboden aan de eerste kamer, “Relatie met gemeente.” De gemeente kan in haar volkshuisvestingsbeleid thema’s aandragen waar de toegelaten corporaties op dienen te presteren. In de Herzieningswet worden gemeente, huurders en toegelaten corporaties verplicht om zogeheten prestatieafspraken te maken, zodat zij elkaar aan deze afspraken kunnen houden. Het is de taak van de Minister te monitoren of de afspraken daadwerkelijk gemaakt worden. Opvallend vind ik dat de gemeente, huurders en toegelaten corporaties zelf verantwoordelijk zijn voor de naleving van de gemaakte afspraken.

Ik vind deze voorgedragen maatregel geen significante verbetering ten opzichte van het huidige stelsel. Op deze manier wordt namelijk niet bewerkstelligd dat corporaties zich hoofdzakelijk bezighouden met hun kerntaak, namelijk het bouwen en beheren van sociale huurwoningen, maar gestimuleerd worden projecten uit te voeren waar - de op dat moment besturende - politici belang bij hebben. Goede sturingsrelaties zijn nu nog ver van huis.

Wilt u reageren op dit artikel? Plaats hieronder uw reactie.
Klik hier om naar de homepagina van HighQ te gaan.

Reageren Laat ons weten wat je vindt van deze blog. Velden gemarkeerd met een '*' zijn verplicht.
Naam *
E-mail (wordt niet getoond op de website) *
Reactie *

De schrijver

Ralph Zunneberg

Ralph Zunneberg is financieel interim manager bij HighQ. 

Neem contact op

Recente artikelen van Ralph Zunneberg

Populair