Moet een organisatie het vastgoed kopen of huren?

Achteraf praten is natuurlijk altijd makkelijk en zeker als het gaat om vastgoed. Wie had 10 jaar terug kunnen voorspellen dat er veel vastgoed leeg staat en dat de waarde van veel objecten is gedaald?


In het Financieel dagblad van 9 maart jl. behandelt Marcel Canoy in zijn column het vastgoedbezit van een aantal universiteiten. Het ROC van Leiden en de Universiteit van Amsterdam kampen met een waardeprobleem en overcapaciteit. Wat op zich natuurlijke zonde is, want dat geld had ook in onderwijs geïnvesteerd kunnen worden. Canoy pleit voor een herbezinning en zegt eigenlijk schoenmaker blijf bij je leest, namelijk zorg voor goed onderwijs en onderzoek. Het bestuur en/of directie van een organisatie is gericht op de business en niet op de aan en verkoop van vastgoed. Wat ik al aangaf, achteraf praten is makkelijk maar toch ligt er wat mij betreft voor elk bestuur van elke organisatie een zogenaamde “ham” vraag; stel ik mij speculatief op bij activiteiten die niet tot de corebusiness behoren? Als je de activakant van een balans bekijkt is het zinvol om eens te kijken welk deel van de activa speculatief is. De investering in bijvoorbeeld installaties of machines kennen een veel langere afschrijftermijn dan de conjunctuurbewegingen in de markt. Toch zou je kunnen zeggen dat de installaties onderdeel zijn van je corebusiness en dat men mag verwachten dat het management hier een gevoel bij heeft. Je kunt je natuurlijk wel afvragen of vastgoed ook daarbij hoort.

De waardedaling van vastgoed is natuurlijk een mooi argument om deze discussie te voeren maar in de praktijk ben ik echter ook wel vanuit een waardestijging een argument tegen gekomen. Bedrijf X had jaren geleden een pand aangeschaft waar inmiddels bijna geen hypotheek meer op zat. De waarde van het vastgoed was inmiddels flink gestegen. Echter door groei van het bedrijf was een groter pand noodzakelijk. De directeur van deze onderneming maakte jaarlijks een bescheiden winst ondanks de groei. Van de moedermaatschappij mocht de ondernemer niet meer kopen maar moest hij gaan uitkijken naar een huurpand. Ik kan u vertellen dat de ondernemer schrok van de exploitatiescenario’s van het nieuwe pand. In al die jaren had hij nooit gekeken naar de “opportunity costs” van zijn pand en had zich rijk gerekend. Het heeft de man blind gemaakt voor zijn eigen business en concurrentiepositie. Dus ook in goede tijden een argument om niet te kopen. Natuurlijk bleef er bij de verkoop van zijn pand een aardige buffer over die het moederbedrijf graag incasseerde.

Mijn stelling is “een pand moet je huren en niet kopen”. Wie wil de discussie aan?

Reageren Laat ons weten wat je vindt van deze blog. Velden gemarkeerd met een '*' zijn verplicht.
Naam *
E-mail (wordt niet getoond op de website) *
Reactie *

De schrijver

Peter van Herk

Peter van Herk is directeur van HighQ. Hij heeft meer dan 20 jaar kennis en ervaring in het financieel interim management vak.

Neem contact op

Populair